Jurnal de voiaj zondag 28 maart 2010

It’s raining cats and dogs – alleen zo kan je het weer omschrijven. De plaatselijke Frank en Sabine hadden het voorspeld en ze hebben gelijk gekregen. Het blijft uitzonderlijk lang stil deze morgen – wat zou er schelen? Het is inderdaad van dat: onze kindjes hadden hun uurwerk niet verzet en we hadden het nochtans gezegd… De douche of het lavabowasje (met nog steeds alleen maar koud water) gaat snel en ook het ontbijt moet een beetje rap gaan want de microbus staat klaar. De man spreekt Hongaars en wij niet. Gelukkig weet hij dat we naar Sibiu moeten. De busrit verloopt zonder ongelukken – we nemen de E60 – je zou denken een autostrade maar die is in elk geval niet te vergelijken met een autostrade van bij ons – ons aller Hilde Crevits doet het prima in vergelijking met de verantwoordelijke minister van hier… Een goeie 100 km rijden in twee en een half uur, dat kan tellen. Het is behoorlijk stil op de bus – een beetje muziek, een beetje rusten (en slapen). Rondkijken en veel zien – zigeuners in hun huisjes waar het gegarandeerd binnen regent, ooievaars op hun nest van boven op een elektriciteitspaal, verlaten werkplaatsen van in het communistisch tijdperk, vuile zwarte fabrieken, mensen komen terug van de kerk met wilgentakjes en bloemen… Het leven zoals het is in Roemenië. Om half een arriveren we in Sibiu en spreken af dat we om vier uur terug bij de bus zijn. We zouden langer kunnen blijven maar een stadsbezoek in zo’n weer is niet het aangenaamste wat er is. We lopen rond van het ene plein naar het andere. De pleinen zijn echt mooi – groot en ruim met prachtige pastelkleurige gebouwen en ogen in het dak. We beluisteren de uitleg uit de Trotter en kunnen er ons iets bij voorstellen. We zoeken een plaats om te eten en vinden die in een wijnkelder. Het is er zeer gezellig zitten en we moeten niet te lang wachten. Iedereen neemt een wortelsoepje met kokos, er volgen verschillende hoofdschotels (er zitten echt heel lekkere tussen) en dan… zijn er appelbeignets. Die blijken heel lekker te zijn. We kelen een heleboel Vlaamse schlagers. Gelukkig is er niet te veel ander volk in het restaurant. Om drie uur vindt Elien dat het tijd is om op te stappen. De dienster vindt het vreemd dat de leerlingen zomaar verdwijnen maar ze wordt doorverwezen naar ons. Wij betalen en gaan nog even het apothekersmuseum bezoeken. Klein maar toch wel de moeite om al die oude instrumenten, bokalen, kasten en andere toebehoren te bekijken. Er is nog net de tijd om een koffietje op te slurpen. Terug naar het grote plein met de fontein en dan naar de bus. Straffe verhalen – je wil ze niet horen – en daarna slapen. Bijna iedereen doet een tukje en er zijn er die zeer dringend naar het toilet moeten maar dat zal niet gaan… Thuiskomen en weer de gesprekjes. Die duren weer langer dan gepland en gedacht – even polsen naar hoe het nu gaat en de planning voor de komende week bespreken. Ze zijn goed bezig, er is nog veel werk maar ze zien het zitten. En zo moet het zijn! De tijd vliegt hier, ook vanavond. Het is tijd om te slapen. We horen en lezen elkaar morgen!

Share